Tom Groot

'BUITEN OP HET LAND BEN IK HET GELUKKIGST'

Van het ene op het andere moment was hij een BN-er: een Bekende Niedorper, zoals Tom Groot zichzelf noemt. Boer Tom, de knappe tulpenboer uit Boer Zoekt Vrouw (2014), vertelt hoe het immens populaire tv-programma zijn leven op z’n kop zette. Ondertussen bereidt hij in de buitenlucht een smakelijke tweegangenlunch met topkok José Polonio.

Wat de boer niet kent, dat eet hij niet. Het bekende spreekwoord gaat niet op voor Tom Groot. In een restaurant bestelt hij meestal iets wat hij nog nooit eerder heeft geproefd. Je kunt hem bijna alles voorschotelen.


Alleen kokos, daar is hij niet dol op. Vandaag maakt hij samen met José Polonio twee gerechten: tataki van zalm en daarna, als hoofdgerecht Hollandse asperges met lamskoteletten. In de buitenkeuken van Nh1816 is de ‘polderhunk’ zichtbaar in zijn element.

Groene vingers

Behalve boer is Groot ook hovenier. Als presentator van het programma Eigen Huis en Tuin neemt hij allerlei tuinen onder handen en geeft daarbij handige tips.


Polonio, met wie hij vandaag kookt, is ook te zien op RTL4: in het programma Foodmakers verrast de kok klanten van de Dekamarkt en kookt vervolgens met hen in zijn foodtruck. De ‘collega’s’ hebben meteen een klik en raken verzeild in een gesprek over mierikswortel.

Thuis kookt Groot vaak met verse ingrediënten, vertelt hij. Liefst uit de eigen moestuin. ‘Linguine in zwarte bonensaus maak ik graag, of een Mexicaanse quinoaschotel. Als er visite komt, bak ik regelmatig cake of appeltaart.


Op zondagmorgen ontbijt ik meestal met warme broodjes uit de oven. Ik ben op dit moment bezig met het bouwen van mijn droomhuis en daarin mag een kookeiland niet ontbreken.’

V.l.n.r.: Ronald van de Berg,

Tom Groot, Jeanette Beemsterboer,

Natasja Admiraal (journalist) en

Cas Verhage

Op hazenjacht

Terwijl hij toefjes sriracha-saus op de borden spuit, vertelt de bollenkweker over zijn jeugd in Nieuwe Niedorp, niet ver van Oudkarspel waar Nh1816 zijn hoofdkantoor heeft. Hij groeide op tussen de koeien, varkens en schapen. Zijn ouders hadden zo’n zestig hectare land. Er kwamen vaak vriendjes spelen, die vonden het buitenleven prachtig.

‘Met mijn handen werken, daar houd ik van’

Hutten bouwen, vlotten maken, slootje springen. ‘Op warme dagen liepen we hele afstanden door de sloot. Als er veel wind stond, sneden we een zaagselzak open en maakten daarvan met touw een geïmproviseerde parachute. Daarmee konden we wel dertig meter ver springen!


Of we maakten zelf een pijl en boog van een tak en een spijker en gingen op hazenjacht. Helaas is het me nooit gelukt om een haas te vangen.’ In de schuur van zijn ouders stond een werkbank met gereedschap. Van jongs af aan is de boer gewend om dingen zelf te maken. ‘Met mijn handen werken, daar houd ik van.’

Investering in schapen

Als klein jochie leerde hij van zijn vader, die ook een boerenbedrijf runde, dat geld op de bank niets oplevert. Hij drukte zijn zoons op het hart dat je veel beter kunt investeren in schapen. ‘Dus gingen mijn broer en ik naar een veehandelaar en kochten samen honderd schapen. Ik was toen een jaar of dertien. We huurden een stuk land waar ze mochten grazen, voor een gulden per schaap per week. Als de beestjes flink gegroeid waren, verkochten we ze door met winst.’

Net als veel andere scholieren werkte Groot zich op zijn zeventiende tijdens de zomermaanden in het zweet bij een bollenboer. ‘Aan het einde van de schoolvakantie had ik 2500 gulden verdiend. Een hoop geld. Ik vroeg aan mijn baas of hij me wilde uitbetalen in tulpenbollen. Die mocht ik bij hem op het land planten en vermeerderen. Zo is de liefde voor het vak ontstaan.’

‘Wekenlang werd ik ‘s nachts
misselijk wakker van de spanning’

Tulpenmanie

Eigenlijk had hij beter in de Gouden Eeuw kunnen leven. ‘In de toptijd toen konden tulpenbollen evenveel opbrengen als een Amsterdams grachtenpand!’ De tulpenboer teelt bewust ‘maar’ tien hectare tulpen.


Terwijl hij de zalm garneert met erwtenscheuten legt hij uit: ‘Ik draai ook drie dagen in de week voor Eigen Huis en Tuin, behalve in de zomer tijdens de oogstmaanden. Op deze manier is het goed te combineren en kan ik blijven waken over de kwaliteit.


Goede tulpenbollen hebben een korte kasduur op de kwekerij van de tulpenbroeier. En de bloemen blijven lang mooi als ze eenmaal bij de consument in een vaas op tafel staan.’ Of hij zijn vriendin Marieke nog steeds kan verrassen met een mooie bos tulpen? Lachend: ‘Jazeker. We hebben thuis altijd bloemen staan.’

Polderpaparazzi

De mediahype rond Boer Zoekt Vrouw zette het leven van de bollenkweker op zijn kop. Hij werd gebombardeerd tot knapste deelnemer ooit en kreeg ruim 1800 brieven van aspirant-boerinnen. Hoe hield hij zich staande als eenvoudige jongen uit de klei?


‘Vanuit de KRO krijg je een mediatraining. Toch kunnen ze je nooit helemaal behoeden voor wat er komen gaat. Wekenlang werd ik ’s nachts misselijk wakker van de spanning. Mijn boerderij is goed bereikbaar vanuit Amsterdam, dus de paparazzi lagen op het erf te posten. Een dag nadat mijn oproep was uitgezonden, zou ik traditiegetrouw naar de kermis in Volendam gaan. Nietsvermoedend liep ik in mijn boxershort naar de schuur om kleren van het wasrek te halen, toen ik de eerste journalist spotte. Zonder camera, gelukkig. En dat ging zo door, na elke aflevering opnieuw.’

Buitenmens

Zijn Marieke ontmoette hij uiteindelijk spontaan, op een feestje in Schagen. ‘Ik heb het enorm met haar getroffen. Voor haar ben ik gewoon Tom, niet Boer Tom. Al die poeha is voor haar soms best heftig. Een tijdje geleden liet ik me tijdens een interview iets over mijn kinderwens ontvallen. Dit werd breed uitgemeten in de roddelbladen. Marieke is juf en op het schoolplein feliciteerden ouders haar zelfs al met de vermeende zwangerschap! Gelukkig kunnen we er allebei goed mee omgaan.’ De nuchtere boer geniet van wat er op zijn pad komt.


Hij heeft nooit een tv-carrière geambieerd. Zijn vrienden gaven hem op voor het programma. ‘De rest is me min of meer komen aanwaaien. Hoe leuk ik het ook vind, het boerenleven en mijn bedrijf dat ik zelf vanaf de grond heb opgebouwd, zou ik er nooit voor opgeven.’ Met eetstokjes neemt hij een hap van zijn sesamzeewiersalade en besluit dan: ‘Buiten op het land ben ik het gelukkigst.’