Pauline van Dongen

DIALOOG TUSSEN KLEDING EN DRAGER

Modeontwerper Pauline van Dongen verwierf internationale bekendheid met haar project Wearable Solar: kleding en accessoires met zonnecellen, waarmee je een smartphone binnen twee uur kunt opladen. Maar wearables zijn voor haar zoveel meer dan functioneel. “Technologie moet bijdragen aan de expressie van de drager.”

Het is vrijdagmiddag. Pauline van Dongen bestelt een latte met havermelk en oogt ontspannen. En dat terwijl ze een extreem drukke periode achter de rug heeft, waarin ze haar studio op een laag pitje zette om zich volledig te kunnen focussen op het afronden van haar proefschrift. In 2013 werd zij voor dit promotieonderzoek (PhD) gevraagd (zie kader). Uniek, aangezien mode in Nederland hoofdzakelijk wordt onderwezen aan hogescholen en kunstacademies. “Het is bij ons vrij ongewoon om als modeontwerper universitair promotieonderzoek te doen. In andere landen is dat al veel gebruikelijker.” Gelukkig wordt ‘ontwerpend onderzoeken’ ook in Nederland steeds meer op waarde geschat. Dat ze voor haar wetenschappelijk onderzoek nauw samen mocht werken met professoren van de Radboud Universiteit Nijmegen, ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten Arnhem en TU Eindhoven zag Van Dongen als een mooie kans. “Toen ik met het onderzoek begon, had ik net mijn Wearable Solar Dress gemaakt, in samenwerking met wetenschapper Christiaan Holland en zonnecellenexpert Gert Jan Jongerden. Het prototype was echter nog erg houtje-touwtje. Ik besefte dat er veel onderzoek nodig was om het ontwerp naar een hoger niveau te tillen. Als ontwerper wil ik niet alleen weten hoe een zonnecel is opgebouwd, nog belangrijker is de vraag hoe het materiaal zich gedraagt. Kun je er met de naaimachine overheen? Hoe ver kun je het buigen totdat het breekt?”

Geprinte elektronica

De grootste uitdaging is om de zonnecellen voldoende robuust te krijgen, weet Van Dongen intussen. Wanneer je op het lichaam gaat werken, kun je het beste filmzonnecellen gebruiken, legt ze uit. “Deze dunne folies zijn flexibel en buigbaar. Ik ben er veelvuldig mee gaan experimenteren op het lichaam.” Bij de Solar Dress zat alle bedrading aan de binnenkant van het kledingstuk. Voor haar tweede project, het Solar Shirt, perfectioneerde ze de techniek in samenwerking met Holst Centre, een onafhankelijk onderzoekscentrum. “Door losse zonnecellen te combineren met geprinte elektronica is er geen bedrading meer nodig. Een ander voordeel is dat je de geprinte elektronica een mooi patroon kunt geven, dat zichtbaar is aan de buitenkant van het shirt. Esthetiek is heel belangrijk in de mode: ik zie zonnecellen als nieuw materiaal, dat je ook decoratief kunt inzetten.”

Wandelend oplaadstation

Om het Solar Shirt zelf te ervaren, droeg ze het prototype voor het eerst tijdens South by Southwest (SXSW), een muziek- en technologiefestival in Austin, Texas. “Het was prachtig weer”, blikt ze terug. “Toen ik door al die rechte Amerikaanse stratenblokken liep, realiseerde ik me dat ik steeds de zonnige kant van de straat opzocht. Grappig, want normaal gesproken blijf ik liever in de schaduw. Door het shirt werd ik mij dus meer bewust van de weersomstandigheden. Misschien is dit ook wel het geval als je het Solar Shirt naar kantoor draagt: ik kan me voorstellen dat je dan wordt uitgenodigd om vaker even naar buiten te gaan.”

Dat het shirt ook beperkingen heeft, merkte ze toen ze haar rugzak op deed, waardoor de zonnecellen op haar schouders werden bedekt.

Functionaliteit voorbij

Ook ’s avonds op het festival, toen de zon onder was, verloor het kledingstuk zijn functie. Op zo’n moment wil je je als drager nog steeds comfortabel voelen in het shirt. Daarom was Van Dongen blij verrast dat verschillende festivalgangers haar complimenteerden met haar outfit: zij hadden helemaal niet door dat het zonnecellen waren en vonden het gewoon een mooi patroon.

Verder merkte de ontwerpster dat ze extra voorzichtig met het kledingstuk omging. “Je

ontwikkelt er toch een andere verhouding mee dan met een willekeurig T-shirt. Het is een mooi gegeven dat je zo direct in contact staat met de energiebron en de energie letterlijk op je lichaam aan het oogsten bent. Die intimiteit is in mijn ogen een belangrijke kracht van het kledingstuk.”

"Ik zie zonnecellen als nieuw materiaal dat je ook decoratief kunt inzetten"

Geen eendagsvlieg

Het materiaal en de technologie zijn voor Van Dongen niet het enige uitgangspunt, ze ontwerpt altijd vanuit een sociaal maatschappelijke context. “Bij sommige wearables vraag ik me af: wat voegen ze toe? Daar mogen we best kritisch over blijven. Zelf heb ik jaren geleden bewust afstand genomen van het traditionele modesysteem, uit frustratie over de massaproductie en overconsumptie. Als we met technologie net zo onzorgvuldig omgaan, is het einde zoek. Veel modemerken willen graag innovatief zijn en ‘iets met technologie doen’. Vervolgens krijg je allemaal eendagsvliegen. Projecten die vooral zijn gericht op marketing. Maar hoe krijg je een product nu echt modieus, draagbaar én schaalbaar? Dat is nog de allergrootste uitdaging.”

Het Solar Shirt is geperfectioneerd

ten opzichte van de Solar Dress;

de zonnecellen kunnen decoratief

ingezet worden

CRAFTING WEARABLES

Sinds 2013 werkt Van Dongen aan haar promotieonderzoek binnen het project Crafting Wearables, een samenwerkingsverband tussen Radboud Universiteit Nijmegen, Technische Universiteit Eindhoven, ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten, Textiel-museum Tilburg, MODINT en verschillende bedrijven. Centraal thema in haar onderzoek is de vraag hoe prototypes van wearables en smart textiles omgezet kunnen worden in concrete producten. In Van Dongens visie kan de fysieke, zintuigelijke ervaring van kleding een nieuwe dimensie aan mode toevoegen. Haar proefschrift komt naar verwachting eind 2019 bij ArtEZ Press uit.

Nicheproduct

De dunne filmzonnecellen waar Van Dongen mee werkt, zijn nu nog relatief duur, daardoor kom je al snel uit op een nicheproduct. Ook haar nieuwe ontwerp – de rugzak ‘Radius’, die is voorzien van zonnepaneelkraaltjes – wordt nog niet in grote oplagen geproduceerd. Een volgende stap zou mogelijk een samenwer-king zijn met een modemerk, om de producten op te schalen en toegankelijker te maken voor een groot publiek. Of er bepaalde merken op haar wishlist staan? Ze denkt even na: “Een outdoor georiënteerd merk als Patagonia zou een goede match zijn. De toepassing sluit perfect aan bij de doelgroep: natuurliefhebbers die graag in de buitenlucht sporten en hiken.

Het is bovendien een bedrijf dat hoog scoort op het vlak van duurzaamheid, een kernwaarde die zit verweven in het DNA van dit merk.”

Intelligente jas

Haar laatste project heet Issho, Japans voor saamhorigheid. Ze ontwierp een denim jas met sensoren die gevoelig zijn voor aanraking. Deze zitten op de schouders en naast een grote zak op de voorzijde. Zo houdt de jas de hoeveelheid sociale interacties bij door te meten hoe vaak je je telefoon pakt en hoeveel ontmoetingen – een omhelzing, een hand op je schouder – je met mensen in je omgeving hebt gehad.

Als het te veel wordt, reageert de jas hierop en geeft dan een subtiele streling over de rug. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen Van Dongen gestrest in een overvolle Londense metro zat. “Een wake-up-call dat ik moest relaxen. Ja, er zit zeker een mindfulness-gedachte achter: de technologie brengt je weer even in contact met je lichaam. Er ontstaat een dialoog tussen het kledingstuk en de drager.” Toch gelooft ze niet dat we voor alles en elk moment technologie nodig hebben. In dit geval fungeert het als trainingsmechanisme: een steuntje in de rug of subtiele reminder, waarna de technologie misschien wel overbodig wordt.